Klein en groot denken: onderzoek naar het curriculum van HVO

klein en groot denkenDe zorg om goed onderwijs heeft in veel landen geleid tot een meetcultuur binnen het onderwijs. Door middel van het formuleren van heldere doelen en beoogde effecten wordt verantwoord waarom voor bepaalde methoden of leerlijnen gekozen wordt. Maar hoe werkt dit bij een vak als HVO, dat gericht is op de persoonlijke ontwikkeling van een levensbeschouwelijke identiteit van leerlingen? De onderwijspraktijk van het Humanistisch Vormingsonderwijs is divers, het curriculum bestaat uit een veelheid aan materialen en eigen inbreng van de docenten. Hoe zit dit curriculum eruit? Hoe is het tot stand gekomen en welke leereffecten heeft het? Met deze vragen ging Eveline Oostdijk, onderwijskundig medewerker bij Stichting HVO, aan de slag. Sinds 2012 werkt zij aan haar promotieonderzoek bij Stichting HVO en de Universiteit voor Humanistiek.

Hoe ga je het curriculum van HVO onderzoeken?

“Ik ga het curriculum onderzoeken aan de hand van een bepaald model, dat onderscheid maakt tussen zes verschillende verschijningsvormen van een curriculum:

  1. Het ideële curriculum betreft in het geval van dit onderzoek de doelstellingen van het vak Humanistisch Vormingsonderwijs (HVO), zoals die door de Stichting HVO worden geformuleerd.
  2. Het formele curriculum is het curriculum zoals dat is uitgewerkt in concrete doelen en materialen.
  3. Het geïnterpreteerde curriculum heeft betrekking op de interpretaties die de vakdocent maakt van het programma.
  4. Het geöperationaliseerde curriculum is het daadwerkelijk uitgevoerde curriculum in de klas.
  5. Het ervaren curriculum gaat over de manier waarop de leerlingen het curriculum ervaren.
  6. Het geëffectueerde curriculum ten slotte laat zien wat de leerlingen denken te leren van het aangeboden curriculum.

Met mijn onderzoek wil ik via dit model inzicht krijgen in de onderwijspraktijk van de vakdocenten HVO op de openbare basisschool. Dit betekent dat ik op al die niveaus gegevens ga verzamelen, door een vragenlijst onder alle vakdocenten af te nemen, door interviews te houden met vakdocenten en leerlingen en door observaties van lessen uit te voeren. Daarnaast zal ik me verdiepen in de literatuur en de materialen die zijn uitgegeven door Stichting HVO. Vervolgens maak ik op grond van alle data een analyse, en onderbouw deze vanuit een theoretisch kader. Dit kader zal grofweg bestaan uit filosofische bronnen met betrekking tot humanistische vorming en pedagogische en ontwikkelingspsychologische theorieën gericht op morele en levensbeschouwelijke ontwikkeling.”

Wat is het belang van jouw promotieonderzoek voor HVO?

Met dit onderzoek wordt een bijdrage geleverd aan een wetenschappelijke onderbouwing van de praktijk van het Humanistisch Vormingsonderwijs. Op die manier wordt er onder andere inzicht verkregen in de relatie tussen de doelen en de onderwijspraktijken. Dat is weer belangrijk voor de vraag aan welke pedagogische doelen HVO een bijdrage levert. Met de uitkomsten van dit onderzoek hoop ik de vakdocenten handvatten te geven hun eigen onderwijspraktijken beter – namelijk vanuit een theoretisch perspectief dat correspondeert met wat zij doen – te kunnen onderbouwen. Daarnaast kunnen de resultaten leiden tot aanbevelingen met betrekking tot het professionaliseren van de vakdocenten door Stichting HVO en de professie daarmee verder te ontwikkelen.

Waar ligt jouw persoonlijke affiniteit met onderzoek doen?

“Toen ik een paar jaar geleden afstudeerde aan de Universiteit voor Humanistiek, bleek ik meer plezier te hebben in het doen van onderzoek dan ik vooraf had gedacht. Ik heb mijn afstudeerperiode als een heel leerzame tijd ervaren en begon er toen voor het eerst over na te denken of promoveren iets voor mij zou zijn. Ik vind het vooral leuk om dingen goed uit te kunnen pluizen, en daar heb ik nu echt de tijd voor. Mijn beeld van een student die vier jaar op een zolderkamer eenzaam zit te zwoegen, blijkt helemaal niet te kloppen!”

Hoe bevalt het promoveren je tot nu toe?

“Door het werken aan dit promotieonderzoek kan ik me op een aantal gebieden verder ontwikkelen. Dat vind ik er eigenlijk het leukste aan. Zo leer ik onderzoeksinstrumenten te ontwerpen, data te verzamelen en te analyseren, en ook te schrijven en te presenteren. Het verruimt mijn blik om mensen te ontmoeten die zich ook met onderzoek op het gebied van educatie bezighouden, om veel te kunnen lezen en regelmatig naar lezingen en conferenties te gaan. Daarnaast heb ik gemerkt dat bij het doen van onderzoek je jezelf telkens af moet vragen waarom je de dingen doet zoals je ze doet, of waarom je welke termen gebruikt. Dat maakt dat ik kritischer leer denken. Een lastig aspect aan promoveren vind ik dat je nog niet alles kunt overzien, omdat het een lang en veelzijdig project is en je telkens maar kleine stappen kunt nemen. Je moet tegelijkertijd klein en groot denken, om het zo maar te zeggen. Over het algemeen bevalt het promoveren mij goed, het is een spannend avontuur!”

Gepost op: 21 maart 2013

Deze pagina delen