Humanistische opvoedingsidealen respecteerden eigenheid van het kind

10 september 2015

Hoe stonden moderne humanisten tegenover opvoeding en onderwijs? Wat vonden ze hierbij belangrijker, de eigenheid van het kind of hun eigen opvoedingsidealen? Historicus Vincent Stolk onderzocht het pedagogisch denken en handelen van humanisten in de periode 1855-1970. Idealen bleken voorop te staan. Toch botsten deze niet met respect voor de autonomie en authenticiteit van het kind, vanwege de mensbeelden van humanisten. Maandag 14 september verdedigt Stolk zijn proefschrift Tussen autonomie en humaniteit aan de Universiteit voor Humanistiek.

Vincent-StolkLevensbeschouwing en onderwijs zijn doorgaans onderwerp van felle discussies. Niet alleen vanwege politieke meningsverschillen over de scheiding tussen kerk en staat, ook in pedagogisch opzicht is er een belangrijk spanningsveld. Want staat in de opvoeding de eigenheid van het kind voorop, of gaat het om de levensbeschouwelijke en maatschappelijke idealen van de opvoeder? Oftewel, zoals Vincent Stolk het verwoordt in het geval van de humanisten: gaat het om autonomie of humaniteit?

Om dit spanningsveld tussen autonomie en humaniteit in het denken van humanisten te analyseren, bestudeerde Stolk het denken over humanistische waarden en pedagogische doelen in opvoeding en onderwijs in de periode 1855-1970. Hij maakt hierbij gebruik van vier benaderingen van humanistische pedagogiek: de cultuur-klassieke, naturalistisch-romantische, existentialistische en radicaal-kritische benadering (Aloni).

Het onderzoek bestaat uit drie casestudies, drie specifieke periodes waarin pedagogische debatten van humanisten onderling en tussen humanisten en andere pedagogische en levensbeschouwelijke groepen worden onderzocht:

  • De periode na de eerste schoolwet in 1857, die veel pedagogische discussies teweegbracht over de rol van natuur en godsdienst in de school
  • De periode rond de Eerste Wereldoorlog, die de behoefte versterkte aan een pedagogiek die bijdroeg aan vrede
  • De periode na de Tweede Wereldoorlog, toen maatschappelijke erkenning van het humanisme belangrijk werd gevonden als levensbeschouwelijk alternatief voor godsdienst.

Om de pedagogische debatten in kaart te brengen, bestudeerde Vincent Stolk voor elke casus relevante algemeen-culturele, levensbeschouwelijke, onderwijs- en pedagogische tijdschriften. De drie casussen tonen de dynamiek van het humanisme als levensbeschouwing in Nederland. Het gezicht van het humanisme werd telkens sterk beïnvloed door culturele stromingen, zoals de verlichting en het existentialisme. Ook het karakter van de humanistische pedagogiek verschilde hierdoor per casus. Voor alle casussen geldt dat humanisten de humaniteit in de opvoeding vooropstelden: de opvoeding in lijn met hun (wisselende) levensbeschouwelijke idealen voor het kind en de samen-leving. Vanwege de mensbeelden van humanisten botste dit type opvoeding niet met respect voor de autonomie en authenticiteit van het kind.

Promotie Vincent Stolk Tussen autonomie en humaniteit. De geschiedenis van levensbeschouwelijk humanisme in relatie tot opvoeding en onderwijs tussen 1850 en 1970

  • Maandag 14 september, 12.30 uur precies
  • Plaats: Senaatszaal, Academiegebouw Universiteit Utrecht, Domplein, Utrecht
  • Informatie: y.nelen@uvh.nl

(op foto: Vincent Stolk)

Deze pagina delen