Op weg naar Krachtig Ouderschap

Saskia Heusèrr | 18 augustus 2015

foto SaskiaIn mijn vorige blog ben ik ingegaan op de lectorale rede van Caroline Gravesteijn (lector Ouderschap en ouderbegeleiding aan de Hogeschool Leiden), waarin zij pleitte voor krachtig ouderschap. Een van de conclusies van haar recente onderzoek is dat ouderlijk welzijn vooraf gaat aan de ontwikkeling van en positieve aandacht voor kinderen. Maar wat draagt bij aan het welbevinden van ouders, wat maakt ouders tevreden? En hoe creëer je krachtig ouderschap?

Gravesteijn heeft in haar onderzoek gekeken naar beschermende factoren, die belangrijker blijken te zijn dan risicofactoren. Ze maakt hierbij een onderverdeling in individuele factoren en factoren in het thuisklimaat. Onder de individuele factoren vallen ‘je voorbereid voelen’ (door erover te praten en te lezen voelen ouders zich zekerder en ervaren ze hun ouderschap als effectiever), kennis (bijvoorbeeld over de ontwikkeling van kinderen) en levensvaardigheden (denk aan kunnen plannen, het uiten van emoties of andere 21st century skills). Bij de beschermende factoren in het thuisklimaat draait het om de partnerrelatie (zien partners zichzelf als een team, hoe wordt er samengewerkt), de taakverdeling (hoe worden de taken op de ouderlijke werkvloer verdeeld) en het netwerkklimaat (hoe is bijvoorbeeld de relatie tussen ouder, school, kind).

Kortom: of ouders problemen ervaren, kwetsbaar zijn of zich juist vaardig en positief voelen in het ouderschap, hangt dus samen met (levens)vaardigheden, kennis, verwachtingen van de ouders en een steunende sociale omgeving. Ook materiële en financiële middelen, persoonlijkheid en lichamelijke gesteldheid dragen bij aan de beleving van ouderlijk welzijn.

Gravesteijn gaat in haar onderzoek uit van de fasen die Galinsky in het ouderschap onderscheidt. Galinsky (1987) beschrijft het ‘je voorbereid voelen’ als de eerste van de zes fasen in het ouderschap, de fase van zwangerschap tot de geboorte van het kind. Ze noemt dit de voorstellingsfase. Tijdens deze fase sta je als ouders voor een aantal taken zoals het evalueren van bestaande relaties en je een voorstelling maken van toekomstig ouderschap en je hierop voorbereiden.

Tijdens mijn eerste zwangerschap was er binnen mijn voorstellingsvermogen nog geen ruimte voor mijn of ons toekomstig ouderschap. Mijn voorstellingsvermogen hield halt bij een duidelijk afgebakend eindpunt: de geboorte van onze dochter. Of zoon, want dat wisten we nog niet. In de beide zwangerschappen die volgden, ging deze taak me trouwens een heel stuk beter af. Gelukkig maar, want inmiddels kleurden de voedings- en autoriteitsfase (met hun bijbehorende taken) ons ouderschap ook al verder in.

En verder? Ik prijs me gelukkig met de nagenoeg perfecte taakverdeling op onze ouderlijke werkvloer. Deze factor is een veelbesproken item, niet alleen wanneer ik afga op gesprekken met vriendinnen, ook in politiek en media springt deze makkelijk in het oog. Waar sta ik wat betreft de andere beschermende factoren voor krachtig ouderschap, zoals bijvoorbeeld de levensvaardigheden? Interessant om me daar als ouder verder aan te spiegelen en om überhaupt stil te staan bij wat (krachtig) ouderschap voor mij betekent. En dan niet alleen als ouder. Ook als professional. Terecht plaatst Gravesteijn in haar lectoraat en in het boek Meer dan opvoeden. Perspectieven op het werken met ouders (2015) de vraag naar de leefwerelden van ouders en het beleven van ouderschap in het brede veld van zorg en welzijn en haar sociale professionals. Dat roept ook direct de vraag op welke sociale en maatschappelijke doelen we verbinden aan ouderschap en opvoeding, waarover volgende keer meer!

(Dit is een vervolgblog op Pleidooi voor een mindshift van opvoeden naar ouderschap)

reageer

Deze pagina delen