Op het matje

rejectedMet een mengeling van irritatie en zenuwen zit ik te wachten tot het spreekuur van de SPL – de Studienprogrammleitung (ofwel: de mensen die beslissen hoe de regels van de universiteit geïnterpreteerd en uitgevoerd worden) – begint. Ik ben op het matje geroepen. Dat is sinds ik in Wenen studeer niet de eerste keer, maar ik raak er niet aan gewend. Ik vind mezelf namelijk een hele brave student/burger/werknemer, en word daarom niet graag ter verantwoording geroepen. Zo zat ik al twee keer eerder bij de SPL. Toen maakte ik me boos over het feit dat ik niet verder mocht studeren als ik module M8 niet afgerond had, terwijl module M8 überhaupt niet werd aangeboden! Of toen ik module M16 en M17 tegelijkertijd wilde volgen, wat absoluut tegen alle geldige regels en normen bleek te zijn. Nog nooit in mijn leven kwam ik zo in de knoop met de regels als nu.

Ik ben in de laatste fase van mijn studie en bezig met mijn masterscriptie. Het thema van mijn scriptie is het toenemende concurrentiedenken in onze maatschappij en ons onderwijssysteem. De individualisering heeft ertoe geleid, dat mensen meer vrijheid hebben om hun leven vorm te geven, maar ook dat ze steeds de druk voelen zichzelf ten volle te moeten verwezenlijken. Omdat er geen maatstaf is om aan af te meten wanneer je dit punt bereikt hebt en je leven goed vormgegeven is, is de drang om steeds beter of interessanter te worden groot. Het individu is daarom in een concurrentiestrijd met zichzelf terechtgekomen. De economisering heeft ertoe geleid, dat de menselijke waarde ondergeschikt is gemaakt aan de economische waarde. De economische waarde is immers in geld uit te drukken. Mensen worden uitwisselbaar en beoordeeld op hun resultaten of hoeveel geld ze in het laatje brengen. Door filosofen en sociologen worden aan deze ontwikkeling veel risico’s voor het individu toegeschreven: een afname van autonomie, authenticiteit, kritisch denken en reflecteren.

Mijn scriptie schrijf ik samen met een vriendin en medestudent. Onze stijlen vullen elkaar goed aan, we werken graag samen en zijn allebei mateloos in het thema geïnteresseerd. Omdat we zelf niet willen vervallen in concurrentiedenken en kritisch en autonoom willen blijven in onze scriptie, hebben we besloten beoordeeld te willen worden met één cijfer. Zo kunnen er geen concurrentieposities ontstaan binnen ons project. Ons scriptievoorstel moet goedgekeurd worden door de SPL. We hebben een mooi betoog aan ons voorstel toegevoegd, waarin we duidelijk maken waarom we willen samenwerken en gezamenlijk beoordeeld willen worden. “Geraffineerd beargumenteerd,” zegt de voorzitter als we eenmaal binnen zijn. Maar tóch wordt het afgekeurd. We zouden misbruik van elkaar kunnen maken. Of we enig idee hebben van de mate waarin in de wetenschap niet eerlijk wordt (samen)gewerkt. Het besluit wordt dus gebaseerd op wantrouwen, in plaats van op vertrouwen en eigen verantwoordelijkheid. We mogen niets samen presenteren, maar moeten alles ‘tot op de letter’ tussen ons tweeën verdelen. ‘Jouw deel, mijn deel’.

Ineens ervaar ik aan den lijve, waarover ik al zoveel gelezen, gepraat en gedacht heb: de wrijving tussen het instituut en het individu; waar persoonlijke zingeving in het geding komt omdat er geen handtekening wordt gezet. De regels van de SPL verhinderen mij dat te doen wat ik het liefste doe en heel zinvol vind: zonder concurrentie samenwerken omdat 1+1 meer dan 2 is. Hoe kunnen we nu geloofwaardig zijn als we concurrentiedenken aan de kaak stellen vanuit een concurrentiepositie?

Kim Dusch | Gepost op: 5 december 2014

reageer

Deze pagina delen