Kan burgerschap geleerd worden?

Iacademiegebouw utrechtk bevind mij in het Academiegebouw, ook wel bekend als het ceremoniële en representatieve hart van de Universiteit Utrecht. De zaal stroomt vol. Samen met collega Lizzy Wijnen zit ik vol verwachting op de tweede rij. Tijdens deze bijeenkomst ‘In de schoolbanken’, georganiseerd door Studium Generale, zullen Micha de Winter en Gert Biesta hun visie op de vraag of burgerschap geleerd kan worden, bespreken. Ik gebruik veel van het werk van deze 2 denkers voor mijn promotieonderzoek. Daarnaast is burgerschap een belangrijk thema binnen het Centrum HVO. Ik hoop dat ik nieuwe ideeën zal krijgen om in de toekomst verder mee te werken.

Op de vraag of burgerschap geleerd kan worden antwoordt Biesta volmondig ‘ja!’. “Je wordt namelijk niet als burger geboren, maar tot burger gevormd tijdens je leven.” Hij pleit voor een democratische visie op burgerschap. Democratie is een politiek en historisch product. Het is bovendien normatief, omdat er in een democratie van het ideaal uitgegaan wordt, dat pluraliteit wenselijk is. Je kunt dit ideaal pas aanvaarden, als je erin gelooft en dus de redelijkheid ervan kunt inzien. Die pluraliteit moet ook leefbaar zijn en dat betekent dat niet iedereen precies kan leven zoals hij of zij het eigenlijk wil. Er moet rekening gehouden worden met anderen. Pedagogiek moet volgens Biesta dan ook aansturen op onderbreking: een kind leert niet welke verlangens goed of slecht zijn, maar leert een antwoord te geven op de vraag of hetgeen hij of zij verlangt ‘verlangbaar’ zou kunnen zijn voor zichzelf en voor anderen. Als het antwoord daarop nee is, zou het kunnen dat de wens uitgesteld of geobjectiveerd moet worden.

Terwijl Biesta met name focust op de verschillen tussen mensen en hoe daarmee omgegaan kan worden, legt De Winter daarentegen de nadruk op de overeenkomsten. Onderwijs moet volgens hem de vraag ‘hoe kunnen we met elkaar samenleven?’ centraal stellen. Het focussen op verschillen, het denken in wij/zij en uitsluiting liggen altijd op de loer en hebben een dehumaniserende werking. Daarom moeten kinderen juist het tegendeel geleerd krijgen: het zien van overeenkomsten en daardoor herkenning vinden bij elkaar. Het leren ontwikkelen van empathie is het belangrijkste wat onderwijs te doen heeft. De Winter ziet dit concreet vormgegeven in zijn projecten van de Vreedzame school, waar leerlingen verschillende vormen van mediation leren en bijvoorbeeld met elkaar leren ruzie op te lossen.

De ideeën van beide denkers vind ik belangrijk. Aan de ene kant praktisch idealist De Winter, die zijn idealen vormgeeft in de onderwijspraktijk via concrete praktijken. Democratie vereist empathie en sociale betrokkenheid, volgens hem. Aan de andere kant realist Biesta, die manieren zoekt om verschillen uit te houden, omdat democratisch burgerschap gaat om het rekening houden met elkaar in een samenleving waarin iedereen zijn eigen wensen heeft. Voor mij is het geen kwestie van het een of het ander. Vanuit onze visie op democratisch burgerschap is het essentieel dat juist het spanningsveld dat deze 2 perspectieven oproept, onderwerp van reflectie wordt. In het dagelijks leven is het ook niet zo zwart-wit.Ik denk dat, als leraren in staat zijn vanuit een democratische houding te werken en reflexief om te gaan met wat er gebeurt, zij kunnen laten zien aan hun leerlingen wat democratisch burgerschap voor hen inhoudt. Pas als een leraar dit zelf kan, kan hij dit proces ook bij leerlingen in gang zetten.

Eveline Oostdijk | Gepost op: 18 november 2014

reageer

Deze pagina delen