Denkprikkels bij Humanistiek

Saskia Heusèrr | 21 september 2015

denkprikkels 2Traditiegetrouw is Nico Stuij, directeur van Centrum Humanistische Vorming, te gast tijdens de tweede bijeenkomst Humanistiek van de post-hbo-opleiding Humanistisch Vormingsonderwijs voor groepsleerkrachten. In het kader van deze gastles hebben de studenten hun vragen – wij noemen ze denkprikkels – over humanisme voorbereid en leggen deze aan hem voor.

Onder het motto ‘zo dacht ik eerst ook, maar nu denk ik er anders over’ staan de antwoorden die hij vandaag geeft, wat Nico betreft niet vast. Hij pleit voor een onderzoekende houding bij de studenten: “Weeg mijn (en andere) antwoorden, kijk of ze bij je passen en zo niet: delete.”

”Kan humanisme samengaan met religie?”, is één van de eerste vragen. Een voorbeeld dat volgens Nico daarvan getuigt, is De bijbel voor ongelovigen van Guus Kuijer. Kuijer behandelt hierin de bijbel op integere wijze, als een inspirerend boek. Hij kiest hierbij voor een modern-psychologisch perspectief en maakt er nieuwe literatuur van. ”Dat past bij humanisme!” besluit Nico. Er zijn meer vragen over de relatie tussen religie en humanisme. De studenten hebben zich voorbereid met behulp van het boek Humanisme (Winkelaar en Gasenbeek). Wanneer Nico refereert aan Jaap van Praag die met de oprichting van het Humanistisch Verbond in 1946 onderdak bood aan buitenkerkelijken, ongelovigen, ’mensen die God nog gebod kenden’, zie ik herkenning. Het boek beschrijft dat die tijd van de strijd voor gelijkberechtiging van humanisten en buitenkerkelijken in Nederland voorbij is. Eén van de studenten merkt op dat ondertussen met het dienstencentrum GVO en HVO het tij volledig gekeerd is en ‘christenen en humanisten tot elkaar veroordeeld zijn. Nu moeten ze samen door één deur’. In antwoord hierop geeft Nico een helder overzicht van de achtergronden van dit samenwerkingsverband.

En omgekeerd luidt een volgende vraag: “Kan een gelovige tegelijk humanistisch denken?”. Nico: ”Een humanist is een optimist en kan geloven wanneer dit niet het geloof in een allesbepalende God betekent.” Geloven in zichzelf, in de ander, in mensen die vluchtelingen helpen, komen als voorbeelden voorbij.

”Humanisten lijken een bepaalde weerstand te hebben om zichzelf als zodanig te benoemen en te profileren. Richtinggevende humanistische denkers noemden zichzelf vaak niet eens humanist. Het ontbreekt al helemaal aan vaste regels, tradities en gebouwen. Is deze ongrijpbaarheid van humanisme een kracht of een zwakte?” Nico lacht: “Allebei”. Hij maakt in dit verband een verhelderend onderscheid tussen cultureel of publiek humanisme – waarbij veel mensen zich thuis voelen – en levensbeschouwelijk humanisme en merkt op dat humanisten doorgaans moeite hebben met etiketteren en ook om zich te profileren. Nog een vraag die op een volmondig ja kan rekenen: ”In beschrijvingen van het humanisme mis ik altijd de relatie die de mens tot de natuur inneemt. Het stelt bovenal de mens centraal. Ik vond het hoorcollege van Henk Manschot daarom wel interessant. Hij spreekt over geocentrisme. Is dit de beweging die het humanisme gaat maken?”

Het gastcollege vliegt voorbij. De studenten hebben samen 35 vragen voorbereid waarvan een greep ter plekke besproken is, de resterende antwoorden zien ze nog tegemoet en zullen ze zelf ongetwijfeld verder onderzoeken, met een jaar opleiding voor de boeg. Vooruit, nog één vraag dan: ”In het boek worden vele humanistische organisaties genoemd. Zij zetten zich op alle gebieden in de samenleving in. Er bestaat echter geen politieke partij met een humanistische grondslag. Terwijl politiek bedrijven juist grote mogelijkheden biedt. Hoe is dit te verklaren?” “Mensen van alle politieke geledingen kunnen humanist zijn. Bij humanisme gaat het feitelijk om een houding. Wanneer kun je jezelf humanist noemen? Je gedrag moet voor je spreken. Zoals dat wat jullie straks gaan doen, namelijk HVO-lessen geven!’, aldus Nico. Een mooie afsluiter voor deze inspirerende middag!

reageer

Deze pagina delen